ECLI:NL:CRVB:2007:BA3866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellant, werkzaam als senior consultant, viel uit wegens spanningsklachten en verzocht om een WAO-uitkering. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant geen medische beperkingen had die een ziekte of gebrek konden rechtvaardigen. Het Uwv weigerde daarom de WAO-uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat het re-integratieverslag wel was betrokken, maar niet doorslaggevend was voor de medische beoordeling.
In hoger beroep stelde appellant dat het Uwv het re-integratieverslag ten onrechte negeerde en dat het besluit niet op artikel 18 van Pro de WAO kon worden gebaseerd zonder vaststelling van ziekte of gebrek. De Raad overwoog dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid volgens artikel 18 WAO Pro niet ziet op de re-integratieverplichtingen van de werkgever, die in een afzonderlijk besluit worden beoordeeld. De klachten van appellant werden niet als ziekte of gebrek aangemerkt, en appellant leverde geen medische stukken ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer op 25 april 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van ziekte of gebrek.