ECLI:NL:CRVB:2008:BC4764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen herzieningsbesluit WAO
Appellante, werkzaam als directiesecretaresse, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, met toepassing van artikel 44 WAO Pro voor gedeeltelijke werkhervatting. Het UWV herzag dit percentage bij besluit van 9 augustus 2004 naar 35 tot 45%. Alleen de werkgeefster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard bij besluit van 5 januari 2005 (besluit 1).
Appellante stelde beroep in tegen besluit 1 bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit (besluit 2) waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%. Appellante stelde ook beroep in tegen besluit 2.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen bezwaar heeft gemaakt tegen het herzieningsbesluit van 9 augustus 2004 en dat dit haar redelijkerwijs kan worden verweten. Het bezwaar van de werkgeefster kan niet worden toegerekend aan appellante. Op grond van artikel 6:13 Awb Pro is het beroep van appellante daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaar tegen het herzieningsbesluit.