ECLI:NL:CRVB:2004:AO9141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen WAO-uitkeringsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag stelde beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij aan een betrokkene een WAO-uitkering werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat voorafgaand geen bezwaar was gemaakt tegen het primaire besluit. Het college voerde in hoger beroep aan dat zij redelijkerwijs geen verwijt kon worden gemaakt omdat haar argumenten reeds in een brief aan het Uwv waren kenbaar gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 25 september 2000 niet als een bezwaarschrift kon worden aangemerkt en dat het college redelijkerwijs wel verwijtbaar was geen formeel bezwaar te hebben ingediend. Ook de stelling dat het Uwv het college op het verkeerde been had gezet werd verworpen, mede gelet op de kennis die van een bestuursorgaan mag worden verwacht.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en correct indienen van bezwaar binnen de wettelijke termijnen volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens het ontbreken van een tijdig en geldig bezwaar.