Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Wet WIA toegekend.
15 maart 2021 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid per 2 september 2020 vastgesteld op 69,85%.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens psychische klachten en betwist dat het UWV zijn mate van arbeidsongeschiktheid correct heeft vastgesteld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV stelden beperkingen vast en selecteerden passende functies, resulterend in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 69,85%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij onvoldoende nieuwe objectieve medische informatie had aangeleverd om twijfel te zaaien over de beoordeling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat eerdere beoordelingen in het kader van de Ziektewet andere beperkingen hadden vastgesteld en dat nieuwe medische informatie, waaronder rapporten van een systeemtherapeut en psycholoog, onvoldoende werd meegewogen. De Raad oordeelde echter dat de WIA-beoordeling een nieuwe, zelfstandige beoordeling is en het UWV niet gebonden is aan eerdere conclusies. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn zorgvuldig gemotiveerd en er is geen aanleiding om de vastgestelde beperkingen en functies in twijfel te trekken.
De Raad concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 69,85% juist is vastgesteld en dat de toekenning van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 69,85%.