ECLI:NL:CRVB:2008:BC4806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel in 1989 uit voor haar werk als secretaresse en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering per 22 maart 2004 naar 65-80% arbeidsongeschiktheid. Appellante voerde bezwaar aan met medische verklaringen van haar huisarts en longarts, stellende dat haar conditie was verslechterd. De bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige stelden echter vast dat haar beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat zij geschikt was voor bepaalde functies, wat leidde tot een restverdiencapaciteit van ongeveer 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsartsen onvoldoende gemotiveerd hadden afgeweken van haar behandelende artsen en verzocht zij om benoeming van een onafhankelijke longarts. De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts de medische informatie van huisarts en longarts had meegewogen en de functionele mogelijkhedenlijst had aangepast. De arbeidskundige rapportage toonde aan dat de belastbaarheid niet werd overschreden. De Raad zag geen aanleiding voor nader onderzoek of het benoemen van een longarts.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat het hoger beroep niet kon slagen. Tevens werd appellante gewezen op de mogelijkheid om bij verslechtering van haar gezondheid een nieuwe beoordeling aan te vragen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. Bolt en leden H.G. Rottier en H. Bedee op 19 februari 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.