ECLI:NL:CRVB:2008:BC4938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding en reformatio in peius
Appellant, een lasser met rugklachten sinds 1998, ontving een WAO-uitkering die in 2004 werd vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na een vijfdejaarsherbeoordeling handhaafde het UWV dit percentage, maar na bezwaar werd de uitkering in 2005 herzien naar 15-25%. Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende medisch en arbeidskundig onderzoek had gedaan en dat sprake was van een nieuwe ziekte, astma.
De Raad oordeelt dat het besluit een heroverweging betreft en geen reformatio in peius is, omdat de herziening pas op een latere datum ingaat en appellant de mogelijkheid kreeg bezwaar te maken. Wel is vastgesteld dat het UWV naliet appellant op te roepen voor een spreekuuronderzoek, ondanks duidelijke aanwijzingen daarvoor, en dat ook in de bezwaarfase dit onderzoek niet plaatsvond.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding.