ECLI:NL:CRVB:2008:BC4943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herbeoordeling WAO-uitkering wegens onjuiste arbeidskundige grondslag
Appellant, sinds 1980 werkzaam in een ziekenhuis, viel in 1999 uit wegens longklachten en amputatie van het rechteronderbeen. Hij kreeg een WAO-uitkering van 80% of meer. Na herbeoordeling in 2003 stelde een verzekeringsarts een stabiele gezondheid vast met medische beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige selecteerde functies waarmee de arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% werd gesteld. Het UWV trok daarop de uitkering in, wat appellant aanvocht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren onderschat en appellant de geselecteerde functies kon vervullen. In hoger beroep betwistte appellant de passendheid van de functie drukwerkvoorbereider/DTP-operator, vanwege onvoldoende opleiding en ervaring.
De Raad concludeerde dat appellant niet beschikte over het vereiste MBO-niveau en relevante ervaring voor deze functie, waardoor deze ongeschikt was. Het wegvallen van deze functie maakte dat de schatting slechts op twee functies berustte, wat strijdig is met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Daarom werd het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.