ECLI:NL:CRVB:2008:BC5032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante kreeg haar bijstandsuitkering ingetrokken omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner en daardoor niet als zelfstandig bijstandsontvanger kon worden beschouwd. Het College stelde vast dat zij onvoldoende medewerking verleende aan een huisbezoek en verkeerde informatie gaf over haar woonadres.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking deels gegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit voor zover het bezwaar tegen het besluit tot intrekking niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelt dat het College terecht twijfels had over de juistheid van de door appellante opgegeven situatie en dat het huisbezoek gerechtvaardigd was.
Verder bevestigt de Raad dat appellante niet op het opgegeven adres woonde en dat zij haar inlichtingenverplichting schond door hierover onjuiste informatie te verstrekken. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt in zoverre afgewezen en het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenverplichting.