ECLI:NL:CRVB:2008:BC5034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit blijvende gehele weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was werkzaam als surveillant bij de politie en kampte met PTSS-klachten. Na een outplacementovereenkomst en eervol ontslag trad hij kort in dienst bij een Duitse werkgever, maar werd daar na één dag ontslagen. Het UWV weigerde hem een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat appellant ten onrechte instemde met het ontslag.
Appellant betwistte dit besluit en voerde aan dat de onwerkbare situatie en zijn medische klachten het ontslag rechtvaardigden. De bezwaarverzekeringsarts rapporteerde over de medische toestand, maar gaf geen onderbouwing dat appellant niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende onderbouwing gaf voor het besluit en dat appellant gezien zijn situatie het maximale had bereikt met de outplacementovereenkomst. Daarom mocht het UWV de maatregel niet opleggen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen.