ECLI:NL:CRVB:2008:BC5207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wajong-uitkering bij verhuizing naar Duitsland zonder toepassing hardheidsclausule
Betrokkene ontving een Wajong-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% vastgesteld in 2000. Na verhuizing naar Duitsland in april 2004 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering per 1 mei 2004 in op grond van artikel 17, eerste lid, onder c, van de Wajong. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze intrekking, beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de hardheidsclausule van artikel 17, zevende lid, van toepassing was vanwege de afhankelijkheid van betrokkene van haar echtgenoot die in Duitsland woont, en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene een aangeboren rugafwijking heeft en assistentie nodig heeft bij huishoudelijke taken en verzorging van haar kinderen. Voorheen verleende haar moeder deze hulp in Nederland. Na verhuizing nam haar echtgenoot deze taken over. De Raad oordeelde dat betrokkene niet verhuisde omdat degene die haar verzorgde genoodzaakt was te verhuizen, en dat de financiële situatie geen onbillijkheid van overwegende aard oplevert. De verhuizing was een bewuste keuze vanwege medische zorg voor het tweede kind in Duitsland.
De Raad concludeerde dat de hardheidsclausule niet van toepassing is en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep van betrokkene tegen de intrekking van de Wajong-uitkering werd ongegrond verklaard. De Raad vond geen grond om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.