ECLI:NL:CRVB:2008:BC5320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inhouding ziekenfondspremie op leenbijstand volgens WWB
Appellante ontving leenbijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen hield maandelijks ziekenfondspremie in op deze leenbijstand. Appellante maakte bezwaar tegen deze inhouding, dat door het College ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend.
In hoger beroep stelde appellante dat haar bezwaar betrekking had op de inhouding over oktober 2005 en dat dit bezwaar wel tijdig was ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar inderdaad betrekking had op oktober 2005, maar dat de specificatie van die inhouding geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt. Ook kon de inhouding niet worden aangemerkt als een handeling die gelijkgesteld wordt met een besluit volgens artikel 79 WWB Pro.
De Raad concludeerde dat het College het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard, maar bevestigde de uitspraak van de rechtbank omdat het bezwaar om een andere reden niet-ontvankelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.