Eiseres vordert herziening van haar bijstandsuitkering over 2019 omdat zij meent te weinig bijstand te hebben ontvangen door onjuiste verrekening van haar wisselende loon. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de jaaropgave niet-ontvankelijk en wees het herzieningsverzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat een jaaropgave geen besluit is en geen rechtsgevolg heeft, waardoor bezwaar tegen de jaaropgave niet mogelijk is. Wel verwijst de rechtbank het beroep tegen het afwijzingsbesluit van het herzieningsverzoek terug naar verweerder voor behandeling als bezwaar, omdat verweerder nog binnen het beoordelingskader kan treden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder een dwangsom is verschuldigd wegens niet tijdig beslissen over het herzieningsverzoek, berekend over 29 dagen vanaf twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling tot aan het besluit. De rechtbank vernietigt het dwangsombesluit en stelt het dwangsombedrag vast op €857. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het beroep tegen het bezwaarbesluit wordt gegrond verklaard voor zover het dwangsombesluit betreft, en het beroep tegen de jaaropgave wordt ongegrond verklaard.