ECLI:NL:CRVB:2008:BC5566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bevordering adjudant-onderofficier wegens ondeugdelijke feitelijke grondslag
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, was sinds 1998 feitelijk hoofd keukengroep MPV met de rang van sergeant en werd in 2002 bevorderd tot sergeant der eerste klasse. Vanaf 2001 vervulde hij de functie van hoofd keukengroep MPV-pel met de rang van adjudant-onderofficier, waarvoor hij een toelage ontving. In 2004 werd deze waar-neming verlengd en werd hem de functie van hoofd keuken bij het facilitair bedrijf OCKMar toegewezen, waaraan de rang van adjudant-onderofficier was verbonden.
Appellant verzocht om bevordering tot adjudant-onderofficier, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij een functie zou vervullen met de rang van sergeant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de functie waaraan de rang van sergeant was verbonden niet bestond en dat daardoor het besluit tot intrekking van de eerdere toewijzing en de afwijzing van de bevordering op een ondeugdelijke feitelijke grondslag berustten.
De Raad vernietigde zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank en beval een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad de commandant in de proceskosten van appellant en bepaalde dat de Staat der Nederlanden het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bevordering wordt vernietigd en er wordt een nieuwe beslissing op bezwaar bevolen.