ECLI:NL:CRVB:2008:BC5892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd wegens schouderklachten die sinds september 2003 zijn ontstaan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en het inwinnen van informatie bij de huisarts, concludeerde het UWV dat er geen objectieve medische verklaring was voor de klachten en dat appellant zijn werkzaamheden kon voortzetten. Het bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door het UWV.
In hoger beroep stelde appellant dat nader medisch onderzoek noodzakelijk was, mede vanwege de psychische klachten die door zijn behandelend psychiater waren gesignaleerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor aanvullend onderzoek, mede omdat de huisarts en orthopeden geen medische verklaring konden geven voor de klachten en de psychiater niet kon bevestigen dat er op de ingangsdatum sprake was van psychische problematiek.
De Raad nam ook nieuwe medische stukken in overweging die kort voor de zitting waren ingediend, maar deze wijzigden het oordeel niet. De beslissing van het UWV werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.