ECLI:NL:CRVB:2008:BC6102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, die door het UWV is geweigerd omdat hij volgens het besluit niet gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de medische rapportages onvolledig en onzorgvuldig waren. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant niet aan de voorwaarden voldeed, mede op basis van medisch onderzoek waaronder een onderzoek in Marokko in 2001.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel de wachttijd had vervuld en na afloop volledig arbeidsongeschikt was, en dat het onderzoek in Marokko niet zorgvuldig was. Het UWV erkende dat de wachttijd was vervuld, maar handhaafde het standpunt dat appellant na afloop van de wachttijd geen medische beperkingen had die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat het oordeel van het UWV was gebaseerd op een zorgvuldig medisch onderzoek, waaronder rapporten van diverse specialisten en een bezwaarverzekeringsarts. Er waren geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid of volledigheid van deze adviezen. Het beroep van appellant werd verworpen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant niet voldeed aan de eis van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid en geen medische beperkingen had na afloop van de wachttijd.