ECLI:NL:CRVB:2008:BC6128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenvergoeding na vergoeding knieoperatie
Appellant had in verband met knieklachten een totale knieprothese voorgesteld gekregen en verzocht VGZ om toestemming voor de operatie. VGZ wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. Appellant ging in hoger beroep.
Tijdens de procedure bleek dat VGZ het merendeel van de operatiewerkzaamheden al had vergoed uit coulance, waardoor het procesbelang van appellant verviel. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Appellant vorderde daarnaast vergoeding van kosten voor juridische rechtsbijstand. VGZ stelde dat deze kosten niet vergoed behoefden te worden omdat de operatiekosten uit coulance waren betaald. De Raad oordeelde dat coulance in beginsel geen bijzondere omstandigheid is om af te zien van een proceskostenveroordeling. Gezien de onduidelijke juridische situatie die door VGZ was veroorzaakt, veroordeelde de Raad VGZ tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De Raad stelde de proceskostenvergoeding vast op €633 voor beroep en €483 voor hoger beroep, en bepaalde dat VGZ het betaalde griffierecht van €142 aan appellant moest vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 maart 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en VGZ wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.