ECLI:NL:CRVB:2008:BC6181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 7 december 2003 door het UWV. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond omdat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant, waaronder informatie van specialisten en aangenomen beperkingen voor long- en allergieklachten. Appellant stelde dat het onderzoek onvolledig was en dat zijn psychische problemen onvoldoende waren meegewogen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek voortgezet, waarbij een psychiater een uitgebreid onderzoek verrichtte naar de psychische gezondheidstoestand van appellant op de peildatum. Deze concludeerde dat er geen psychische beperkingen waren op die datum. De Raad oordeelde dat het rapport inzichtelijk en voldoende gemotiveerd was, en dat er geen objectieve medische informatie was die tot een ander oordeel zou leiden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat is de geduide functies te verrichten. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 maart 2008.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen van appellant juist zijn vastgesteld.