ECLI:NL:CRVB:2008:BC6238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken woonplaats in gemeente Bunschoten
Appellant ontving vanaf april 2003 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met een persoon in Amersfoort, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Het College concludeerde dat appellant niet woonachtig was in de gemeente Bunschoten en trok de bijstand per 1 november 2003 in, met terugwerkende kracht vanaf april 2003.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar deze beslissing werd vernietigd door de rechtbank en bevestigd door de Raad. Het College besloot vervolgens opnieuw het bezwaar ongegrond te verklaren. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze handhaving.
De Raad oordeelde dat appellant zijn woonplaats niet in Bunschoten had en daarmee geen recht op bijstand bij het College. De verklaringen van appellant en de betrokkene in Amersfoort, evenals verklaringen van buurtbewoners, ondersteunden dit oordeel. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door het verblijf buiten Bunschoten niet te melden. Dringende redenen om de intrekking niet toe te passen werden niet gevonden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellant niet woonachtig was in de gemeente Bunschoten.