ECLI:NL:CRVB:2008:BC6306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens inkomsten ex-echtgenote
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van €6.184,- die het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss had opgelegd wegens inkomsten uit arbeid van zijn inmiddels ex-echtgenote. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stond centraal of het terecht was dat de rechtsgevolgen van de terugvordering in stand waren gelaten.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de niet-opgegeven inkomsten van zijn echtgenote en dat de terugvordering tot extreme hardheid leidde, omdat hij daardoor geen beroep kon doen op de schuldsaneringsregeling. De Raad stelde dat terugvordering kan worden afgezien indien geen verwijt kan worden gemaakt of er dringende redenen van immateriële aard zijn, zoals ernstige gevolgen voor de geestelijke of lichamelijke gezondheid.
De Raad oordeelde dat noch onwetendheid noch schulden op zichzelf een dringende reden vormen. Appellant had de formulieren ondertekend en was verantwoordelijk voor de verstrekte informatie. Er was geen bewijs dat zijn gezondheid in het geding was. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.