ECLI:NL:CRVB:2008:BC6306

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6184 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens inkomsten ex-echtgenote

Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van €6.184,- die het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss had opgelegd wegens inkomsten uit arbeid van zijn inmiddels ex-echtgenote. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stond centraal of het terecht was dat de rechtsgevolgen van de terugvordering in stand waren gelaten.

Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de niet-opgegeven inkomsten van zijn echtgenote en dat de terugvordering tot extreme hardheid leidde, omdat hij daardoor geen beroep kon doen op de schuldsaneringsregeling. De Raad stelde dat terugvordering kan worden afgezien indien geen verwijt kan worden gemaakt of er dringende redenen van immateriële aard zijn, zoals ernstige gevolgen voor de geestelijke of lichamelijke gezondheid.

De Raad oordeelde dat noch onwetendheid noch schulden op zichzelf een dringende reden vormen. Appellant had de formulieren ondertekend en was verantwoordelijk voor de verstrekte informatie. Er was geen bewijs dat zijn gezondheid in het geding was. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.

Uitspraak

06/6184 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 september 2006, 05/1738 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss (hierna: College)
Datum uitspraak: 11 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. C.J. Driessen, advocaat te Beers, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2008. Appellant is vertegenwoordigd door mr. Driessen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door M.H.A.J. Wesdijk, werkzaam bij de gemeente Oss.
II. OVERWEGINGEN
Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.
Bij besluit van 22 november 2004, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 april 2005, heeft het College van appellant teruggevorderd een bedrag van € 6.184,--, zijnde teveel ontvangen bijstand wegens inkomsten uit arbeid van zijn (inmiddels ex)echtgenote.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 29 april 2005 ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 29 april 2005 vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
De Raad komt naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht tot de volgende beoordeling.
De Raad stelt voorop dat uitsluitend nog in geschil is of de rechtsgevolgen terecht in stand zijn gelaten omdat geen sprake is van dringende redenen op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van terugvordering moet worden afgezien. Dienaangaande is namens appellant - kort weergegeven - gesteld dat hij er geen weet van had dat de inkomsten van zijn echtgenote niet werden opgegeven en voorts dat de terugvordering extreme hardheid tot gevolg heeft omdat hij nu geen beroep kan doen op de schuldsaneringsregeling.
Blijkens de gedingstukken kan het College van terugvordering afzien indien belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt (onverschuldigde betaling) of indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn van immateriële aard. Van dergelijke dringende redenen is sprake indien de terugvordering onaanvaardbare consequenties in relatie tot de geestelijke of lichamelijke gezondheid van de belanghebbende heeft. De aanwezigheid van schulden vormt op zichzelf geen dringende reden. De Raad is met het College van oordeel dat geen van die situaties zich hier voordoet. Onwetendheid van appellant of gebrekkige kennis van het Nederlands neemt niet weg dat hij onder de onjuist ingevulde informatieformulieren zijn handtekening heeft gezet en daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. Dat appellant als gevolg van de terugvordering geen beroep kan doen op de schuldsaneringsregeling zoals door zijn gemachtigde betoogd, is een omstandigheid - wat daar verder ook van zij - die in het kader van de dringende redenen zoals hiervoor omschreven geen rol kan spelen. Niet gebleken is dat appellants geestelijke of lichamelijke gezondheid in het geding is.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en K. Zeilemaker en J.J.A. Kooijman als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2008.
(get.) C. van Viegen.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
IJ