ECLI:NL:CRVB:2008:BC6307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens te late terugkeer en niet tijdig inleveren rechtmatigheidsformulier
Appellante ontving bijstand en vroeg toestemming voor vakantie in Suriname van 1 februari tot 1 mei 2005. Het College verleende toestemming alleen voor februari 2005 en schortte de bijstand op per 1 maart 2005, met de verplichting het rechtmatigheidsformulier uiterlijk 1 maart in te leveren. Appellante vertrok op 8 februari en keerde pas 1 april terug. Het College herstelde de bijstand per 2 april 2005, maar verlaagde deze met 5% wegens te late terugkeer en het niet tijdig inleveren van het formulier.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand opschortte en dat appellante geen verzoek tot wijziging van de verblijfsperiode heeft gedaan. De verlaging is in overeenstemming met artikel 18 WWB Pro en de gemeentelijke verordening. Er is geen sprake van verwijtloosheid of dringende redenen die een waarschuwing rechtvaardigen.
De Raad wijst erop dat de situatie van medische ontheffing en toestemming voor verblijf in het buitenland in latere perioden niet relevant is voor deze zaak. Het hoger beroep faalt en de uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verlaging van de bijstandsuitkering met 5% bevestigd.