ECLI:NL:CRVB:2008:BC6310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens niet-levensvatbaar bedrijf volgens Bbz 2004
Appellant, die sinds 1993 bijstand ontvangt, vroeg bijstand voor het starten van een eenmanszaak gericht op productie en verkoop van goochelmateriaal en optredens als goochelaar en clown. Het College van B&W wees de aanvraag af op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), omdat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn.
Adviezen van LTC Bedrijfsadvies en Friedeberg Consultancy BV concludeerden dat het bedrijf onvoldoende bedrijfsformule, matige ondernemerskwaliteiten en een onvoldoende marktsituatie heeft. Appellant leverde tegenargumenten en aanvullende adviezen aan, maar deze werden onvoldoende geacht om de deskundigenadviezen te weerleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College terecht mocht afgaan op de deskundige adviezen en dat de eigen verwachtingen van appellant onvoldoende basis vormden voor toekenning van bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand voor bedrijfskapitaal is afgewezen omdat het te starten bedrijf niet levensvatbaar is.