ECLI:NL:CRVB:2008:BC6700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda, waarin haar beroep tegen het besluit van het Uwv om geen WW-uitkering toe te kennen vanaf 3 december 2001 ongegrond werd verklaard. Het Uwv had het recht op WW-uitkering ontzegd omdat appellante niet voldeed aan de wekeneis en het eerdere recht niet kon herleven.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellante niet betwist dat zij op grond van de WW geen recht heeft op een WW-uitkering vanaf genoemde datum. De enige vraag in hoger beroep was of het Uwv in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door de uitkering te weigeren. De Raad oordeelt dat het Uwv niet in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld, ondanks het lange tijdsverloop tussen de eerdere uitspraak en het besluit.
De Raad benadrukt dat appellante geen gerechtvaardigde verwachting kon ontlenen aan de vertraging dat de beslissing positief zou uitvallen. Het Uwv ging ervan uit dat appellante beschikbaar was voor arbeid, maar concludeerde dat zij niet aan overige voorwaarden voldeed. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WW-uitkering bevestigd.