ECLI:NL:CRVB:2008:BC6827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens rijden onder invloed van KMar-lid
Appellant, een beroepsmilitair van de Koninklijke Marechaussee, werd op 15 oktober 2004 staande gehouden bij een alcoholcontrole nabij zijn kazerne en bleek 3,25 keer de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn adem te hebben. Na een strafrechtelijke veroordeling tot een geldboete en rijontzegging, besloot de staatssecretaris hem wegens wangedrag buiten dienst te ontslaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het ontslagbesluit onevenredig was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, onder verwijzing naar andere gevallen binnen de KMar waarbij ernstiger feiten niet tot ontslag hadden geleid. De Raad oordeelde dat deze vergelijkingen onvoldoende concreet waren en dat de omstandigheden niet gelijk waren, mede omdat in die zaken geen strafrechtelijke veroordeling wegens rijden onder invloed was uitgesproken.
De Raad bevestigde dat het beleid van de staatssecretaris bij een eerste overtreding met een laag alcoholpromillage een waarschuwing kan inhouden, maar bij een hoog promillage zoals in deze zaak strafontslag volgt. De ernst van het wangedrag, het belang van integriteit binnen de KMar en het risico dat appellant bewust nam, rechtvaardigen het ontslagbesluit. Persoonlijke omstandigheden zoals spijtbetuiging en een goede staat van dienst wegen onvoldoende mee om het ontslag onredelijk te achten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens rijden onder invloed wordt bevestigd als niet onevenredig.