ECLI:NL:CRVB:2008:BC6927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling nekbelasting
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 20 januari 2002, waarbij het UWV stelde dat zij belastbaar was voor bepaalde functies ondanks nekklachten. De rechtbank Maastricht vernietigde aanvankelijk het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering en innerlijke tegenstrijdigheid in het oordeel over nekbelasting.
Na een nieuw besluit van het UWV waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard, werd dit besluit aangevochten in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het UWV met een rapport van de bezwaarverzekeringsarts Van der Kooij voldoende had gemotiveerd dat appellante wel belastbaar was voor functies met statische nekbelasting.
Appellante voerde aan dat ook statische nekbelasting haar beperkt, mede op basis van een rapport van een verzekeringsgeneeskundige Swerts. De Raad gaf hieraan geen doorslaggevende betekenis, omdat uit dat rapport niet blijkt dat de statische nekbelasting beperkt is.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante in staat is de werkzaamheden te verrichten die aan de schatting ten grondslag liggen, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante belastbaar is voor statische nekbelasting.