ECLI:NL:CRVB:2008:BC7058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastbaarheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de beoordeling van de belastbaarheid en geschiktheid van betrokkene voor bepaalde functies in het kader van de WAO-uitkering centraal. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) had bij besluit van 20 maart 2006 geweigerd de WAO-uitkering van betrokkene te herzien. De rechtbank Alkmaar verklaarde dit besluit onterecht en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen, omdat de bezwaarverzekeringsarts zonder eigen onderzoek de beperkingen van betrokkene had aangepast zonder voldoende medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter anders. De bezwaarverzekeringsarts heeft uitgebreid dossieronderzoek verricht, waarbij alle beschikbare medische informatie, waaronder rapporten van behandelende artsen en een vaatchirurg, is betrokken. De Raad stelt vast dat de nuanceringen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) gerechtvaardigd zijn en binnen de eerder vastgestelde beperkingen blijven. Zo is het oordeel dat betrokkene af en toe tot een kwartier kan staan en nog een pen van de grond kan pakken, niet in strijd met de medische gegevens.
Verder concludeert de Raad dat betrokkene met de vastgestelde beperkingen in staat moet worden geacht de geselecteerde functies als productiemedewerker industrie, elektronicamonteur en productiemedewerker textiel te vervullen. De Raad wijst ook op het feit dat de verslechtering van de gezondheidstoestand van betrokkene na 20 december 2002 niet relevant is voor de beoordeling per die datum. Gelet op deze overwegingen wordt het hoger beroep van appellant gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering herziening van de WAO-uitkering wordt bekrachtigd.