ECLI:NL:CRVB:2008:BC7062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant heeft op 12 oktober 2001 een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 1 mei 1975, maar kende de uitkering toe met ingang van maximaal één jaar vóór de aanvraag. Appellant stelde dat vanwege zijn schizofrenie en gebrek aan ziekte-inzicht hij niet eerder kon aanvragen en dat zijn arbeidsongeschiktheid al in 1968/1969 was begonnen.
De Raad overwoog dat voor een eerdere ingangsdatum sprake moet zijn van een bijzonder geval, waarbij de verzekerde om medische of psychische redenen niet eerder kon aanvragen en geen beroep kon doen op directe omgeving. De Raad vond onvoldoende bewijs dat appellant in de periode voor de aanvraag een dergelijk bijzonder geval had. De medische rapportage en het feit dat appellant diverse studies volgde en zorgde voor zijn moeder, spraken dit tegen.
Ook de stelling dat appellant in 1969-1970 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, kon niet leiden tot terugwerkende kracht. Er was geen sprake van onjuiste informatie of stilzitten van het Uwv. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat geen bijzonder geval aanwezig is en dat de uitkering niet eerder kan ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum.
Uitkomst: De uitkering kan niet eerder ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum omdat geen sprake is van een bijzonder geval.