ECLI:NL:CRVB:2011:BR4967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over ingangsdatum Wajong-uitkering zonder bijzonder geval
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv om de ingangsdatum van zijn Wajong-uitkering niet eerder te laten ingaan dan één jaar voor zijn aanvraagdatum. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat er geen aanwijzingen waren voor een ernstige psychische situatie die het eerder indienen van de aanvraag onmogelijk maakte. Tevens werd gewezen op eerdere jurisprudentie dat onbekendheid met regelgeving geen bijzonder geval vormt.
Appellant stelde in hoger beroep dat hem niet verweten kan worden dat hij pas op 2 juni 2009 een aanvraag indiende en verwees naar eerdere uitspraken van de Raad. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze uitspraken niet vergelijkbaar zijn met zijn situatie, aangezien appellant in 1999 reeds in staat was een WAO-uitkering aan te vragen en daarna een bijstandsuitkering ontving.
De Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier R.L. Venneman, op 12 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering niet eerder dan een jaar voor de aanvraag ingaat.