ECLI:NL:CRVB:2008:BC7127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
Appellant is sinds 1999 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100% vanwege ernstige gewrichtsklachten. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft het UWV vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is, waarna de uitkering werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het UWV het besluit later alsnog adequaat motiveerde.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV zijn gezondheidstoestand niet juist had ingeschat en dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met een brief van een orthopedisch chirurg. De Raad concludeerde dat de medische informatie onvoldoende aanleiding gaf om aan de juistheid van het medisch onderzoek te twijfelen. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als toereikend beoordeeld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant in hoger beroep, omdat het UWV het bestreden besluit pas in hoger beroep van een toereikende motivering had voorzien. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste inschatting van arbeidsongeschiktheid en geschiktheid van functies en veroordeelt het UWV in de proceskosten.