ECLI:NL:CRVB:2008:BC7173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na nabetaling AOW-pensioen
Appellante ontving vanaf 11 maart 1997 tot 1 november 1999 algemene bijstand in de vorm van een lening, die later werd omgezet in bijstand om niet. In 2005 ontving het Dagelijks Bestuur bericht over een nabetaling van €1.042,27 aan AOW-pensioen over de periode augustus 1997 tot december 2003. Dit leidde tot een besluit om €510,86 netto teveel betaalde bijstand terug te vorderen.
Appellante stelde zich op het standpunt dat alleen middelen van de voormalige werkgever van haar echtgenoot in aanmerking mochten worden genomen en dat de vordering was verjaard. De Raad oordeelde dat het hier ging om periodiek inkomen en dat de bevoegdheid tot terugvordering niet beperkt was tot bepaalde middelen. Verjaring was niet aan de orde omdat het Dagelijks Bestuur pas in 2005 kon vaststellen dat de nabetaling had plaatsgevonden.
De Raad verwierp ook het verweer dat het terugvorderingsbeleid onredelijk was en oordeelde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank deugdelijk was gemotiveerd. Daarnaast was er geen sprake van vooringenomenheid of een oneerlijk proces in de bezwaarfase en eerste aanleg. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van netto teveel betaalde bijstand na nabetaling van AOW-pensioen.