ECLI:NL:CRVB:2008:BC7455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf kinderen
Appellante had bijstandsuitkering ontvangen voor het levensonderhoud van haar minderjarige kinderen. Het College van burgemeester en wethouders van Leiden besloot de bijstand in te trekken omdat appellante en haar kinderen niet beschikten over een geldige verblijfsvergunning volgens artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar kinderen rechtmatig in Nederland verbleven, met een beroep op artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet. De Raad stelde echter vast dat aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf niet was voldaan, met name de vereiste voorwaarden omtrent uitzetting.
De Raad overwoog dat het verstrekken van langdurige uitkeringen aan kinderen zonder rechtmatig verblijf het Nederlandse vreemdelingenbeleid zou doorkruisen. Daarom was het College bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat de kinderen niet rechtmatig in Nederland verbleven.