ECLI:NL:CRVB:2008:BC7486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens vermeend zwart bovenloon niet gegrond verklaard
Appellant ontvangt sinds 1988 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV ontdekte in een strafrechtelijk onderzoek dat zijn werkgever mogelijk zwart bovenloon betaalde, wat leidde tot herziening, korting, intrekking en terugvordering van de uitkering.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, maar het hoger beroep richt zich op de vraag of de rechtbank terecht oordeelde dat er voldoende bewijs is voor zwart bovenloon en of de besluiten met terugwerkende kracht kunnen worden gehandhaafd.
De Raad stelt dat de herziening met terugwerkende kracht een ingrijpende maatregel is die een afdoende feitelijke grondslag vereist. De verklaringen over de arbeidsprestaties zijn onvoldoende concreet en de schaduwadministratie biedt geen sluitend bewijs dat appellant daadwerkelijk zwart bovenloon ontving in de omvang zoals aangenomen.
Daarom zijn de besluiten 2 en 3 niet deugdelijk gemotiveerd en worden zij vernietigd. Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten tot herziening, korting en intrekking van de WAO-uitkering worden vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.