ECLI:NL:CRVB:2008:BC7518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, filiaalmanager, viel in april 2003 uit wegens psychische klachten en kreeg in juli 2004 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na bezwaar en aanvullende medische en arbeidskundige rapporten werd de mate van arbeidsongeschiktheid in augustus 2005 vastgesteld op 35-45%. Appellant betwistte de medische en arbeidskundige onderbouwing van dit besluit en stelde dat zijn beperkingen groter waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep verder af. De Raad oordeelt dat de medische grondslag ontoereikend is omdat de verslechtering van appellant tussen april en december 2004 onvoldoende is onderbouwd. Ook de arbeidskundige onderbouwing faalt doordat een functie met ploegendienst en toeslag ten onrechte is meegenomen, waardoor onvoldoende functies overblijven om de schatting te dragen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het Uwv een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. Een schadevergoeding wordt niet toegekend wegens onvoldoende inzicht in de omvang van de schade.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.