ECLI:NL:CRVB:2008:BC7879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonadres en recht op bijstandsuitkering bij bezwaar tegen afwijzing
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College trok deze in per 1 november 2004 wegens twijfel over haar woonadres. Na twee nieuwe aanvragen om bijstand op 4 januari en 3 februari 2005, beide met opgegeven woonadres, wees het College deze af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad beoordeelde het woonadres aan de hand van concrete feiten en oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden voor de aanvraag van 4 januari 2005, omdat zij niet op het opgegeven adres werd aangetroffen tijdens onaangekondigde huisbezoeken. Hierdoor werd de afwijzing bevestigd.
Voor de aanvraag van 3 februari 2005 vond de Raad echter onvoldoende concrete feiten om de twijfel van het College te rechtvaardigen. Diverse aanwijzingen zoals post en persoonlijke spullen op het adres ondersteunden het woonadres van appellante. Daarom vernietigde de Raad het besluit en beval hernieuwde besluitvorming door het College.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van concrete feiten bij de beoordeling van woonadres in het kader van bijstandsverlening.
Uitkomst: Afwijzing bijstandsaanvraag van 4 januari 2005 bevestigd, afwijzing van 3 februari 2005 vernietigd en hernieuwde besluitvorming bevolen.