ECLI:NL:CRVB:2008:BC8087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens niet onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft op 20 oktober 2003 een WAO-uitkering aangevraagd, maar het UWV weigerde deze op 9 januari 2004 omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt zou zijn geweest vanaf 1 juni 2002.
Na diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsarts Malyar en bezwaarverzekeringsarts Carere, en het horen van een getuige, concludeerden de artsen dat appellant na een rugoperatie spoedig was hersteld en niet onafgebroken arbeidsongeschikt was. Brieven van behandelend artsen bevestigden het herstel en het ontbreken van relevante afwijkingen.
De Raad vond het onderzoek zorgvuldig en volledig en achtte de medische beperkingen niet onderschat. De verklaring van de getuige en latere rapportages konden het oordeel niet wijzigen.
De Raad besloot het hoger beroep af te wijzen en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Arnhem. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.