ECLI:NL:CRVB:2008:BC8090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig verkoopster, viel sinds 26 februari 1991 uit wegens arm-, rug- en psychische klachten en ontving vanaf 27 februari 1992 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Op 8 oktober 2003 besloot het UWV de uitkering met ingang van 17 november 2003 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld, met name op het gebied van zitten, staan, lopen en handklachten. Zij overhandigde medische rapporten en liet zich onderzoeken door een onafhankelijke deskundige, revalidatiearts A. Coster.
De deskundige concludeerde dat appellante, ondanks haar klachten, in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad volgde dit oordeel en vond geen reden om hiervan af te wijken, mede omdat recente klachten niet relevant waren voor de beoordelingsdatum. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.