ECLI:NL:CRVB:2008:BC8114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen besluit waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien en vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 28 november 2004. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, maar dat het besluit niet deugdelijke arbeidskundige motivering bevat. De bezwaararbeidsdeskundige stelde dat appellant de tilbelasting van de functie chauffeur distributie aankon, terwijl de bezwaarverzekeringsarts beperkte tilmogelijkheden had vastgesteld. Deze tegenstrijdigheid is onvoldoende toegelicht.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover die de rechtsgevolgen in stand liet. Het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.