ECLI:NL:CRVB:2008:BC8120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak UWV
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 11 juli 2007 inzake een bestuursrechtelijke zaak tegen het UWV. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat de eerdere uitspraak evidente onjuistheden bevatte, de jurisprudentie verkeerd was uitgelegd en dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren.
Ter onderbouwing werden onder meer een rapport van het Instituut Psychosofia en brieven van een psychiater overgelegd. De Raad stelde vast dat de brieven reeds bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn bij verzoeker ten tijde van de eerdere uitspraak. Het rapport bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van de toepasselijke wetgeving.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening slechts openstaat voor nieuwe feiten of omstandigheden die, indien eerder bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak is niet toegestaan.
Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden wees de Raad het verzoek om herziening af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 maart 2008.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.