ECLI:NL:CRVB:2008:BC8123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap en kinderbijslagtoekenning op basis van sociale, economische en juridische binding met Nederland
Appellante vroeg kinderbijslag aan voor haar dochter, maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees dit af omdat zij niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd op de peildata 1 juli en 1 oktober 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de juridische, economische en sociale binding van appellante met Nederland dermate zwak was dat het middelpunt van haar leven niet in Nederland lag. Hoewel zij een verblijfsvergunning had voor medische behandeling, was deze beperkt van aard en niet indicatief voor een duurzame binding. Ook haar economische situatie, gekenmerkt door een bijstandsuitkering, en sociale omstandigheden, waaronder het ontbreken van bewijs van schoolbezoek van haar dochter, ondersteunen dit.
De Raad verwijst naar jurisprudentie waarin wordt benadrukt dat het middelpunt van het maatschappelijk leven bepalend is voor ingezetenschap. De emotionele band door het overlijden van haar kind in Nederland weegt niet zwaar genoeg. Gelet op deze omstandigheden en de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat zij geen ingezetene was en geen recht had op kinderbijslag.