ECLI:NL:CRVB:2008:BC8140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 20 september 2004
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 15-25% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 20 september 2004. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, omdat de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige hun conclusies juist en zorgvuldig hadden gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Uit het dossier blijkt dat appellant rond de datum in geding daadwerkelijk 24 uur per week werkte op een functie op "F" niveau, zoals bevestigd door een werkgever en de bezwaararbeidsdeskundige. Hoewel appellant psychische klachten aanvoert en meent niet in staat te zijn 24 uur te werken, is dit niet voldoende onderbouwd om de eerdere schatting te wijzigen.
De Raad benadrukt dat de latere verhoging van de uitkering per 12 september 2005 naar 80-100% niet betekent dat appellant op de datum in geding ook recht had op een dergelijke uitkering. De medische en arbeidskundige rapportages ondersteunen de conclusie dat de schatting van 35-45% passend is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 20 september 2004 wordt bevestigd.