ECLI:NL:CRVB:2008:BC8226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige aspecten
Appellante, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid na hersenoperaties, werd in 2004 geconfronteerd met een verlaging van haar uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Zij betwistte de medische en arbeidskundige grondslag van deze herziening. De Raad stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook rekening werd gehouden met neuropsychologische beperkingen.
Medische rapporten van verschillende specialisten bevestigden dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan aangenomen. Wel werd erkend dat appellante milde neurocognitieve tekorten had, die in de Functionele Mogelijkheden Lijst waren verwerkt. De arbeidsdeskundige rapporten gaven aan dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de geduide functies.
Desondanks oordeelde de Raad dat de motivering van de arbeidskundige aspecten in het bestreden besluit niet voldeed aan de vereisten van inzichtelijkheid, toetsbaarheid en verifieerbaarheid. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.