ECLI:NL:CRVB:2008:BC8396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermogensoverschrijding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand naast hun ouderdomspensioen, maar de sociale recherche stelde vast dat zij beschikten over bankrekeningen en contant geld boven de vermogensgrens, zonder dit aan het College te melden. Na uitgebreid onderzoek, inclusief woningdoorzoeking en bankonderzoek, trok het College de bijstand per 1 maart 2005 en terug tot 1 juli 1995 in, en vorderde de kosten van bijstand terug.
Appellanten dienden een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen wegens onvolledige inlichtingen. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden dat appellanten onvoldoende bewijs leverden om het tegendeel aan te tonen en dat het College terecht handelde volgens het beleid en de wet.
De Raad benadrukte dat het niet melden van vermogen een schending van de inlichtingenplicht is en dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.