ECLI:NL:CRVB:2008:BC8676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging systematiek korting vakantiegeld bij WAO-uitkering ondanks inkomsten uit arbeid
Appellant, voormalig lasser/bankwerker, ontving een WAO-uitkering die werd gekort vanwege inkomsten uit arbeid. De kern van het geschil betrof de systematiek van de korting van het vakantiegeld, waarbij het vakantiegeld niet alleen in de uitbetalingsmaand maar naar rato van de opbouw per maand werd betrokken bij de korting. Appellant stelde dat deze systematiek onjuist was en dat de besluitvorming omtrent zijn bezwaar de redelijke termijn had overschreden.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het meenemen van het vakantiegeld naar rato van de opbouwperiode bij de korting van de WAO-uitkering passend is binnen de systematiek van de WAO, omdat het maatmanloon inclusief vakantietoeslag wordt berekend en dit ook bij de inkomsten uit arbeid moet worden betrokken. Hierdoor is geen sprake van strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel of het verbod op willekeur.
Daarnaast werd geoordeeld dat de duur van de bezwaarprocedure, van 10 mei 2004 tot de uitspraak in 2008, gezien de aard en complexiteit van de procedure, niet leidt tot een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Vergoeding van schade en proceskosten werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de korting van vakantiegeld en oordeelt dat geen sprake is van schending van de redelijke termijn.