ECLI:NL:CRVB:2008:BC8902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAO-uitkering aangevraagd die door het UWV werd geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank handhaafde dit besluit, waarbij zij het medisch oordeel van de verzekeringsartsen en de arbeidskundige rapporten als voldoende onderbouwing zag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de psychische klachten niet volledig heroverwogen waren en dat een deskundige benoemd had moeten worden vanwege tegenstrijdige medische inzichten.
De Raad liet een onafhankelijke psychiater rapporteren die concludeerde dat het beperkingenpatroon van de verzekeringsarts voldoende rekening hield met de psychiatrische aandoeningen van appellant. De Raad vond geen reden om het advies van deze deskundige te negeren. Wel oordeelde de Raad dat het UWV pas in hoger beroep een toereikende arbeidskundige toelichting gaf waarom de functies passend zijn ondanks verborgen beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad stelde dat deze toelichting onvoldoende was om het besluit te handhaven en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en toetsbaarheid bij de beoordeling van verborgen beperkingen in arbeidsongeschiktheidsschattingen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige toelichting op verborgen beperkingen.