ECLI:NL:CRVB:2008:BC8905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste medische beoordeling arbeidsongeschiktheid in WAO-herziening
Appellante, voormalig huishoudelijk medewerkster, was sinds 31 mei 1999 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%. Het UWV herzag haar uitkering per 10 januari 2005 naar 45 tot 55%. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat haar medische klachten, waaronder pijnklachten aan het bewegingsapparaat, hart- en benauwdheidsklachten, niet volledig waren erkend en dat zij niet voltijds zou kunnen werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig en diepgaand onderzoek hebben verricht en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij de gezondheidssituatie van appellante onvoldoende hebben meegewogen. Ook de door appellante ingebrachte rapporten van het Instituut Psychosofia leiden niet tot twijfel over de medische conclusies.
De Raad stelt vast dat er geen objectief-medisch substraat is voor de stelling dat appellante niet voltijds kan werken. De medische problematiek beperkt zich tot goed herstelde cardiale klachten en klachten van het bewegingsapparaat, waarvoor voldoende rekening is gehouden. De functies die bij de schatting zijn betrokken, zijn passend en overschrijden de vastgestelde belastbaarheid niet. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.