ECLI:NL:CRVB:2008:BG8417

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2856 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak over WAO

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 april 2008 betreffende een WAO-zaak. Zij stelde dat er nieuwe feiten of omstandigheden waren die, indien bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Tevens betoogde zij dat niet duidelijk was welke stukken de Raad bij zijn besluitvorming had betrokken, waardoor zij aannam dat bepaalde stukken niet waren meegewogen.

De Raad heeft het verzoekschrift, het aanvullend verzoekschrift en de zitting op 7 november 2008 onderzocht. De Raad constateerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden aanwezig waren zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De door verzoekster aangevoerde rapporten van Instituut Psychosofia waren reeds bekend ten tijde van de oorspronkelijke uitspraak en konden daarom niet als nieuw worden beschouwd.

De Raad oordeelde dat een hernieuwde discussie over de inhoud van de zaak niet mogelijk is zonder nieuwe feiten. Het verzoek om herziening werd dan ook afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Doornewaard en leden Hoogenboom en Hilhorst-Hagen, en uitgesproken op 19 december 2008.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/2856 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 april 2008, 06/1514, in het geding tussen:
[verzoekster] (hierna: verzoekster),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 april 2008, 06/1514.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2008. Verzoekster was vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Voor het Uwv is niemand verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 4 april 2008, stellende dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die, indien zij bij de Raad bekend zouden zijn geweest, zouden hebben geleid tot een andere uitspraak. Bovendien blijkt uit de uitspraak van 4 april 2008 niet welke van de voorhanden stukken door de Raad bij zijn besluitvorming zijn betrokken, aldus verzoekster; zij gaat er daarom vanuit dat de Raad bepaalde gedingstukken niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Op grond daarvan moet geoordeeld worden dat de in die stukken gerelateerde feiten en omstandigheden, die door verzoekster samengevat naar voren zijn gebracht, feiten en omstandigheden zijn die nopen tot toelichting van die uitspraak.
3.1. De Raad overweegt dat de door verzoekster kennelijk gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
3.2. De Raad heeft echter in het verzoekschrift noch in het aanvullend verzoekschrift en evenmin ter zitting enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb kunnen ontwaren. De rapporten van Instituut Psychosofia zijn niet als nieuwe feiten aan te merken, nu die rapporten ten tijde van de uitspraak waarvan herziening is gevraagd bij verzoekster bekend waren. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen.
4. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en T. Hoogenboom en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C. Palmboom.
TM