ECLI:NL:CRVB:2008:BC9178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste inschatting arbeidsongeschiktheid en passende functies bij WAO-uitkering
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering niet te verhogen, naar aanleiding van een geschatte arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% per 22 september 2003. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 4 februari 2005 vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent de passendheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn medische beperkingen zijn onderschat en dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen ongeschikt voor hem zijn. Ter onderbouwing overgelegd medisch bewijs bracht geen nieuwe gezichtspunten die het oordeel van het UWV konden veranderen.
De Centrale Raad van Beroep heeft de overwegingen van de rechtbank onderschreven en geoordeeld dat het UWV de beperkingen van appellant juist heeft vastgesteld en dat de passende functies adequaat zijn gemotiveerd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad achtte geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het besluit ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.