ECLI:NL:CRVB:2008:BC9257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding bij bezwaar studiefinanciering niet verschoonbaar verklaard
Betrokkene verzocht op 7 december 2006 de studiefinanciering per 1 september 2006 te beëindigen. Appellante stelde bij berichten van 15 december 2006 dat betrokkene zijn OV-kaart niet tijdig had ingeleverd, wat leidde tot een schuld. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze berichten, maar deed dit te laat.
De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende had gemotiveerd waarom de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat appellante geen navraag had gedaan bij een medewerker met wie betrokkene had gesproken en onvoldoende rekening had gehouden met een brief van 7 januari 2007 die betrokkene geruststelde.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt dat betrokkene niet tijdig bezwaar heeft gemaakt en dat de enkele, niet aangetoonde toezegging van een medewerker dat de berichten van 15 december 2006 als niet verstuurd konden worden beschouwd, onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Betrokkene kon bovendien niet aangeven met welke medewerker hij had gesproken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar.