ECLI:NL:CRVB:2008:BC9662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na huisbezoeken in juni 2005 blokkeerde het College de uitbetaling van de bijstand vanwege een vermoeden dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden die niet was gemeld. Vervolgens trok het College de bijstand in met ingang van juni en augustus 2005.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het College onvoldoende bewijs heeft geleverd dat appellant zijn hoofdverblijf had bij appellante. De enkele aanwezigheid van herenkleding en post was onvoldoende om een gezamenlijke huishouding aan te tonen.
Daarom vernietigt de Raad de intrekkingsbesluiten en herroept de eerdere besluiten. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten. Het hoger beroep tegen de blokkering van de bijstand wordt afgewezen omdat het College op goede gronden een gegrond vermoeden had.
Uitkomst: De intrekkingsbesluiten van de bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding.