ECLI:NL:CRVB:2008:BC9910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-, WW- en ZW-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband
Appellante diende een aanvraag in voor een WW-uitkering en overhandigde een arbeidsovereenkomst met een uitzendbureau. Zij kreeg vervolgens WW-, ZW- en WAO-uitkeringen toegekend. Na een rapport over werknemersfraude concludeerde het UWV dat het dienstverband fictief was en dat appellante ten onrechte uitkeringen ontving. Het UWV trok de uitkeringen in en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten grotendeels ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel degelijk gewerkt had en wees op haar vrijspraak in een strafzaak wegens valsheid in geschrifte en socialeverzekeringsfraude. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen daadwerkelijk dienstverband was, mede door verklaringen van het uitzendbureau en opdrachtgevers die stelden dat er nooit vrouwen via het uitzendbureau werkten.
De Raad achtte de verklaring van appellante niet geloofwaardig en vond het ontbreken van concreet bewijs doorslaggevend. De vrijspraak in de strafzaak deed hieraan niet af, omdat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken. De Raad bevestigde de bestreden uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van uitkeringen wegens het ontbreken van een daadwerkelijk dienstverband.