ECLI:NL:CRVB:2008:BD0060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen niet aannemelijk
Appellant diende een aanvraag in voor een WW-uitkering die door het UWV per 1 december 2005 blijvend geheel werd geweigerd. Het UWV stelde dat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid had behouden, omdat hij niet was ingegaan op een reëel aanbod van zijn werkgever tot verlenging van het dienstverband met uitbreiding van werktijden op zaterdag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant door zijn houding het overleg over verlenging van het contract had laten afketsten. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen concreet aanbod was vanwege onduidelijkheid over salaris en vakantiedagen en dat hij bereid was op zaterdag te werken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het niet vereist is dat een concreet aanbod is gedaan en dat het van belang is dat duidelijkheid bestaat over de feiten en argumenten van de werkgever. Uit de stukken bleek dat de werkgever het dienstverband niet wilde verlengen vanwege onduidelijkheid over het salaris, niet vanwege de houding van appellant. De wens van appellant om een schriftelijk voorstel te ontvangen was niet onredelijk. Daarom was onvoldoende grond om te concluderen dat appellant door eigen toedoen passende arbeid niet had behouden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.